De duitse herder
ALGEMEEN
- Oorspronkelijke benaming: Duitse Herder
- F.C.I.-groep + sectie: Groep 1: Herdershonden en veedrijvers / Sectie 1: Herdershonden
- Land van oorsprong: Duitsland
Geschiedenis:
De oorspronkelijke taak van de Duitse Herder was die van schaapherdershond: het hoeden en beschermen van de kudde. In de beoordeling van zijn anatomie dient hij op de eerste plaats als draver te worden beschouwd. Doordat de omstandigheden veranderden en het hoeden van schaapskudde op de achtergrond raakte, werd zijn werkterrein verlegd door een opleiding voor politiediensten, voor het leger, als blindegeleidehond enzo. De wens om de mens van dienst te zijn is opmerkelijk.
Vanaf 1899 gaf de oprichter en voorzitter van het Verein für Deutsche Schäferhunde (S.V.) Von Stephanitz gedurende ettelijke decennia een krachtige doelbewuste leiding, die vruchtbaar bleek.
Vanaf de jaren 1960 en 1970, met de oprichting van de E.U.S.V. (Europa Union Schäferhund Vereine) en later de W.U.S.V. (Welt Union Schäferhund Vereine), houdt men internationaal de vinger aan de pols.
Momenteel staat in de meeste Europese landen de fokgeschiktheidskeuring centraal, waarbij dieren behalve op hun rastype en anatomie, ook beoordeeld worden op hun karakteraanleg (onbevangenheid en betrouwbaarheid). Aangetoond moet worden dat de honden vrij of nagenoeg vrij zijn van heupdysplasie en dat zij geschikt zijn als werkhond door met succes werkproeven af te leggen.
GEDRAG: mits goede socialisatie en gerichte opvoeding is de volgende informatie correct
Sociale aanleg t.o.v. mensen: Waakzaam ten opzichte van onbekenden, maar gehoorzaam hierin aan de baas. Kameraad voor heel het gezin maar toch met de neiging tot éénpersoonshond te zijn (sterk gericht op zijn baas). Goed met kinderen indien hij goed behandeld wordt. Bekenden worden enthousiast begroet. Onomkoopbaar voor vreemden. Dit ras is niet op zijn plaats bij mensen die weinig thuis zijn. Te weinig aandacht van het gezin wordt door deze hond als straf ervaren.
Typerende karaktertrekken en temperament: Bijzonder trouw en aanhankelijk, vriendelijk en zelfbewust. Evenwichtig, zenuwvast, zelfzeker, onbevangen, moedig, strijdlustig, hard. Zeer intelligente hond die graag werkt. Uitstekend reukvermogen, zeer alert, bewakend en verdedigend voor het gezin, het huis en de hof.
Sociale aanleg t.o.v. andere honden: normaal gezien geen problemen in contact met andere honden.
BEKNOPTE RASBESCHRIJVING
Schofthoogte: reu 60 tot 65 cm – teef 55 tot 60 cm
Gewicht: reu 30 tot 40 kg – teef 22 tot 32 kg
Rasspecifieke kenmerken: De Duitse herdershond is middelgroot, licht gestrekt, krachtig en goed bespierd, de knoken droog en totaalstructuur vast. Lichtrechthoekige lichaamsbouw. Rechte en sterke rug, mag niet te lang zijn met licht aflopend kruis. Zwaar behaarde staart hangend in een lichte boog in rusttoestand. Diepe borst, lange onderborst en licht oplopende buiklijn. Goed aangesloten, lange schouderbladen die schuin liggen. Rechtstandige benen. Voeten die goed gesloten, rond en kort zijn. Sterke, gespierde, droge hals. Droog hoofd, matig breed tussen de oren. Matig gewelfd voorhoofd met geen of heel zwakke voorhoofdsgroef. De schedel en de wigvormige voorsnuit zijn even lang. Rechte neusrug met een niet scherp gemarkeerde stop. Compleet schaargebit. Middelgrote oren die hoog aangezet zijn, breed aan de basis lopen ze in een punt toe, worden rechtop gedragen met de oorschelp naar voren toe gericht. De middelgrote ogen zijn amandelvormig en iets schuin in het hoofd geplaatst. Er zijn drie vachtvariëteiten: 1. stokhaar; 2. langstokhaar; 3. langhaar. ENKEL DE STOKHAAR MET ONDERWOL IS TOEGESTAAN.
Meest voorkomende kleuren: Zwart met roodbruine, bruine, gele tot helgrauwe aftekening. Eenkleurig zwart en grauw, bij grauw donker gewolkt. Zwart zadel en masker. Wit is niet toegestaan. De neus is altijd zwart, de nagels en de ogen moeten zo donker mogelijk zijn.
RICHTLIJNEN UIT HET BASISFOKREGLEMENT- V.V.D.H.
Voorwaarden voor de fokreuen:
- reuen ouder dan 36 maanden, moeten een geldig aankeuringsbericht bezitten.
- vóór de leeftijd van 36 maanden moeten de fokreuen minstens voldoen aan de voorwaarden zoals hieronder vermeld (voorwaarden voor de fokteven).
Voorwaarden voor de fokteven:
- minstens de kwalificatie “GOED” behaald hebben op een rastentoonstelling voor Duitse Herdershonden, gekeurd door een ras-keurmeester;
- gunstig HD-onderzoek door een erkende HD-commissie (A-B-C of normal – fastnormal – nochzugelassen);
- DNA-test in SV-verband;
- minstens een werkcertificaat GHP-1 of SchH-1 ofwel een VVDH-brevet “BOP-3” ofwel de Selectiestempel KMSH;
- voor honden, geboren na 01.01.2004, een gunstig ED-onderzoek in SV-verband (normal – fastnormal- nochzugelassen).
GEZONDHEID/ZIEKTEN. ERFELIJKE GEBREKEN/RASGEVOELIGHEDEN
Artrose, ellebogen- en heupdysplasie.
GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN
Dit type hond is niet gelukkig als hij ‘niets’ te doen heeft. De Duitse Herdershond is over de hele wereld de meest gebruikte werkhond. Hij maakt zich nuttig bij het leger en de politie, werkt als reddingshond, lawinehond, blindengeleidehond, signaalhond en als speur- en drugshond. Daarnaast kan dit veelzijdige ras uitmuntend presteren in vrijwel alle takken van de hondensport, zoals africhting, behendigheid, gevorderde gehoorzaamheid en obedience. Het ras is daarom bij uitstek geschikt voor sportieve mensen die graag iets ondernemen met hun hond.
www.allport.be :
de website van All-Port bvba Fabrikant Sectionaalpoorten te Beringen.
Lochtemanweg 34, 3580 Beringen, België. Tel: 0032 11 45 48 51. Fax:0032 11 45 48 53. E-mail: info@allport.be






